Is expertevidentie overtuigender in Frankrijk dan in Nederland?

Persuasieve teksten waarin evidentie wordt aangedragen om standpunten te ondersteunen zijn effectiever dan teksten zonder evidentie. Tekstschrijvers hebben onder andere anekdotische, statistische, causale en expertevidentie tot hun beschikking. Een aantal experimenten heeft de relatieve overtuigingskracht van deze evidentietypen onderzocht. De mogelijke rol van de culturele achtergrond van de tekstlezer is echter genegeerd. In Hornikx (2003) bleek er een cultuurverschil in het vóórkomen van expertevidentie in overtuigende voorlichtingsbrochures. Expertevidentie werd vaker in Frankrijk dan in Nederland gebruikt. De vraag is of expertevidentie ook overtuigender is in Frankrijk. Dit is in een experiment onderzocht door Franse en Nederlandse proefpersonen (N = 600) een serie descriptieve standpunten met verschillende evidentietypen te laten beoordeelden. Voor de Fransen bleek expertevidentie samen met statistische evidentie het meest overtuigend, terwijl expertevidentie voor de Nederlanders slechts een middenpositie innam tussen de minst overtuigende anekdotische en de meest overtuigende statistische evidentie.

  • Hornikx, J., & Hoeken, H. (2005). Is expertevidentie overtuigender in Frankrijk dan in Nederland? Tijdschrift voor Taalbeheersing, 27 (1), 42-57. [pdf]

Cultural differences in the persuasiveness of evidence types

Using evidence in support of claims makes a message more persuasive, but it is not known whether the persuasiveness of evidence depends on the type of evidence, and on the cultural background of the receiver of the message. This book reports on a series of five studies, in which the expected and actual persuasiveness of anecdotal, statistical, causal, and expert evidence were investigated in France and the Netherlands, with a particular focus on expert evidence. The findings from these empirical studies clearly demonstrate that there are cultural differences in the relative expected persuasiveness as well as the actual persuasiveness of the evidence types studied. Expert evidence was found to be more persuasive in France than in the Netherlands, although these cultural differences were subtle. Therefore, the findings reported in this book further underscore the importance of investigating the influence of culture on the persuasion process.

  • Hornikx, J. (2005). Cultural differences in the persuasiveness of evidence types in France and the Netherlands. Dissertation Radboud Universiteit Nijmegen [pdf].

Compte rendu de “Introduction aux théories de la communication”

Dans leur deuxième édition de l’Introduction aux théories de la communication, Jean-Pierre Meunier et Daniel Peraya proposent un cadre théorique pour l’analyse des messages audio-scripto-visuels dans une approche sémio-pragmatique et sémio-cognitive. C’est dans cette approche pluridisciplinaire que réside la plus grande richesse de cet ouvrage, qui est destiné aux enseignants, pédagogues et autres chercheurs dans le domaine des sciences de l’information et de la communication en général, mais aussi de la pragmatique, de la sémiologique et de l’éducation en particulier. Le lecteur appréciera également la façon dont les diverses théories sont présentées, discutées et integrées. Dans la deuxième partie du livre, où les messages audio-scripto-visuels sont analysés, les auteurs refèrent systématiquement aux théories de la première partie. La matière dont traite l’ouvrage est complexe, Meunier et Peraya le démontrent à plusieurs reprises. Toutefois, en ouvrant régulièrement des parenthèses certes intéressantes, les auteurs n’ont pas toujours simplifié la lecture de l’ouvrage volumineux. Par contre, les études de cas et le guide pour l’analyse des messages médiatiques, donné en annexe, sont très informatifs.

  • Hornikx, J. (2005). Compte rendu de “Introduction aux théories de la communication: analyse sémio-pragmatique de la communication médiatique” par Jean-Pierre Meunier et Daniel Peraya. Studies in Communication Sciences, 5 (1), 238-239. [pdf]

A review of experimental research on the relative persuasiveness

Persuasive texts in which evidence is employed to support claims are more effective than texts without evidence. Text writers may use different types of evidence, such as anecdotal, statistical, causal, and expert evidence. Over the years, a number of experimental studies have investigated the persuasive effectiveness of these evidence types. In these experiments, various definitions and operationalisations of evidence and evidence types have been used. As a consequence, there is no clear picture of which type of evidence is the most persuasive. This review analyses fourteen experiments on the relative persuasiveness of evidence types. Results show that statistical and causal evidence are more persuasive than anecdotal evidence.

  • Hornikx, J. (2005). A review of experimental research on the relative persuasiveness of anecdotal, statistical, causal, and expert evidence. Studies in Communication Sciences, 5 (1) , 205-216. [pdf]

Aankondiging van “Argumentation in practice”

‘Argumentation in practice’ brengt onder redactie van Frans H. van Eemeren en Peter Houtlosser een verzameling bijdragen bij elkaar van hedendaags onderzoek naar argumentatie in de praktijk. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw heeft de argumentatietheorie zich tot een bloeiend, interdisciplinair en internationaal wetenschapsgebied ontwikkeld. In het begin, zo betogen de redacteuren in hun voorwoord, lag de nadruk op het bouwen van theorieën, benaderingswijzen en modellen. Vanaf de jaren 80 heeft die aandacht zich gedeeltelijk verlegd naar de praktijk van argumentatie. Hoe ziet argumentatie er in het dagelijkse leven uit? Hoe kan de argumentatietheorie een bijdrage leveren aan het analyseren van het discours op het gebied van politiek, wetenschap en onderhandelingen?

  • Hornikx, J. (2005). Aankondiging van: Frans H. van Eemeren en Peter Houtlosser (red.) (2005). Argumentation in practice. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 27 (4), 336-337. [pdf]

De voorkeur voor expertevidentie in Nederland en Frankrijk

Als er argumentatie wordt gebruikt in overtuigende teksten, dan bestaat die meestal uit het aandragen van gevolgen van de keuze voor een object of gedrag. Zo kan een navigatiesysteem voor in de auto aanbevolen worden door aan te geven dat de bestuurder altijd de weg zult vinden. De overtuigingskracht van een dergelijke tekst zal toenemen naarmate het waarschijnlijker is dat het gedrag ook echt tot het genoemde gevolg zal leiden, in dit geval, dat zo’n systeem ook daadwerkelijk tot gevolg heeft dat de bestuurder zijn weg zal vinden. Die waarschijnlijkheid neemt toe, als er evidentie wordt aangedragen zoals ‘84% van de gebruikers van dit systeem vindt altijd de weg’. In Hornikx (2003) bleek expertevidentie, waarbij een expert onderstreept dat het gevolg daadwerkelijk optreedt, vaker voor te komen in overtuigende voorlichtingsbrochures in Frankrijk dan in Nederland. Nu zijn tekstschrijvers professionals die getraind en geoefend zijn om teksten zo overtuigend mogelijk te maken. De voorkeur die zij hebben, hoeft niet gedeeld te worden door gewone taalgebruikers. Om de voorkeur van niet-professionele taalgebruikers te onderzoeken is een experiment opgezet, waarin Nederlandse en Franse studenten een rangschikking aangaven van de meest tot de minst geschikte evidentie om iemand anders te overtuigen.

  • Hornikx, J. (2005). De voorkeur voor expertevidentie in Nederland en Frankrijk.Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 73 (1), 9-18. [pdf]

Frans in Nederlandse advertenties

Het gebruik van vreemde talen in Nederlandse overtuigende teksten is gemeengoed geworden. Gerritsen (1996) analyseerde bijvoorbeeld het gebruik van Engels in Nederlandse reclameadvertenties. Van de 648 advertenties waren er 137 gedeeltelijk en 25 zelfs volledig in het Engels. Deze situatie is niet alleen kenmerkend voor Nederland. Zo blijkt 70% van de televisiecommercials in Duitsland een andere taal te bevatten dan het Duits (Piller, 2001). Voor het overgrote deel gaat het dan om de Engelse taal. Naast het veelvuldige Engels – denk aan ‘The future’s bright, the future’s Orange’, ‘Fresh thinking, better cars’ of ‘Mentos the freshmaker’ – komen er ook andere talen voor, zij het in mindere mate. Je moet dan ook goed opletten, wil je Duits (‘Vorsprung durch Technik’), Spaans (‘Auto emoción’), Italiaans (‘Alfa 147 edizione esclusiva’) of Frans (‘Je t’aime’) voorbij zien komen in Nederlandse reclameadvertenties. In dit artikel wordt eerst ingegaan op de vraag wat de waarde is van het gebruik van een vreemde taal in reclame. In het tweede gedeelte wordt verslag gedaan van een experiment naar het begrip en de waardering van Franse slagzinnen in Nederlandse autoadvertenties.

  • Hornikx, J., Starren, M., & Heur, B. van (2004). Frans in Nederlandse advertenties: drager van symbolische en letterlijke betekenis. Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 71 (1), 61-68. [pdf]

Franse slagzinnen in Nederlandse reclame

In Nederlandse reclames wordt maar weinig Frans gebruikt, terwijl je struikelt over het Engels. Waar zou dat aan liggen? Aan het Frans? Of aan ons Frans?

  • Hornikx, J., Starren, M., & Heur, B. van (2004). “Beaucoup de plaisir”, Franse slagzinnen in Nederlandse reclame. Onze Taal, 73 (7/8), 202-203. [pdf]

“Het leven is leuker zonder stemrecht”

Bijna alle campagnes voor de afgelopen Europese verkiezingen probeerden met behulp van retorische middelen kiezers naar de stembus te lokken. Een voorbeeld is de SP met de slagzin ‘Stuur een waakhond naar Brussel’. Ook ironie, een andere stijlfiguur, is gebruikt in de race om de kiezer. Het betreft hier echter een met beleid te gebruiken stijlfiguur: er zijn namelijk enige risico’s aan verbonden. Meest ironisch was de campagne ‘Verstand op nul’, die ons aanspoorde een stemontheffingsverklaring in te vullen. Creatief bijzonder geslaagd, maar de vraag is of dit een effectieve strategie is geweest. Het lijkt er namelijk op dat veel mensen de ironie van de boodschap niet doorhadden.

  • Hornikx, J., & Mulken, M. van (2004). “Het leven is leuker zonder stemrecht”, Ironie in verkiezingscampagnes. Tekstblad, 10 (3), 12-17. [pdf]

Relative occurrence of evidence types

Persuasive texts, such as public information brochures or advertisements, aim to convince their readers to behave in a certain manner, such as to stop smoking or to buy a new car. If argumentation is used to achieve this aim, these texts are generally characterised by pragmatic argumentation, a form of argumentation by which an action is recommended on the basis of its favourable consequences. In order to enhance the persuasive effectiveness of these texts, writers may choose to support their claims with different types of evidence, namely statistical, anecdotal, causal, or expert evidence.

  • Hornikx, J. (2004). Relative occurrence of evidence types in Dutch and French persuasive communication. In Ch. M. Schmidt, D. Neuendorff, & M. Nielsen (Eds.),Marktkommunikation in Theorie und Praxis: inter- und intrakulturelle Dimensionen in der heutigen Wirtschaft (pp. 291-307). Wiesbaden: Deutscher Universitäts-Verlag. [pdf]