Cultural values adapted to individualism-collectivism in advertising in Western Europe

In international communication, adaptation of messages to the audience’s values has been prominently studied. In advertising, a meta-analysis of experimental studies showed that ads with culturally adapted value appeals are generally more persuasive and better liked than ads with culturally unadapted value appeals. This general effect was not observed for studies with Western Europeans. One explanation may be that these studies did not examine individualism-collectivism – whereas adaptation to this dimension has been shown to be very successful. In this paper, this explanation was tested. Six experiments were conducted in which participants from Belgium, the UK or the Netherlands judged an ad with an adapted, individualistic appeal or with an unadapted, collectivistic appeal. The experiments and a subsequent meta-analysis indicate that Western Europeans are not more persuaded by the culturally adapted than by the culturally unadapted value appeals based on individualism-collectivism. This result nuances earlier findings underlining the importance of cultural value adaptation

  • Hornikx, J., & Groot, E. de (2017). Cultural values adapted to individualism-collectivism in advertising in Western Europe: An experimental and meta-analytical approach. International Communication Gazette, 79 (3), 298-316. [link]

An experimental investigation of the role of distraction and dilution

PaglieriStudies on persuasive arguments have generally found that claims supported by high-quality evidence are better accepted than claims supported by low-quality evidence. However, an experiment by Hoeken and Hustinx (2007) demonstrated that this effect was only observed in short texts (a claim with evidence), but not in longer texts (where information unrelated to the evidence was added at the end of the text). The present experiment was conducted to examine whether this effect of text length could be explained by distraction (the additional text at the end distracts the reader) or by dilution (the additional text makes the fragment less diagnostic for claim evaluation). Participants (N = 629) read two texts with a claim supported by high-quality or low-quality (anecdotal, statistical, or expert) evidence. The text was presented in one of the three versions: (1) short, (2) long with additional information at the end, or (3) new in comparison to Hoeken and Hustinx (2007) – long with additional information at the start. The data found support for the distraction explanation. An effect of evidence quality on claim acceptance was observed in two conditions: in the short text, and in the longer text with additional information at the start. The effect of evidence quality was not found in the longer text with additional information at the end.

  • Hornikx, J. (2016). Evidence quality variations and claim acceptance: An experimental investigation of the role of distraction and dilution. Paglieri, F., Bonelli, L., & Felletti, S. (eds.), The psychology of argument: Cognitive approaches to argumentation and persuasion (pp. 211-222). London: College Publications. [paper book]

De perceptie van afzwakkende en versterkende markeerders in isolatie en in reclamecontext

demachtvantaalReclameclaims worden soms versterkt of afgezwakt door markeerders als ‘in alle gevallen’ of ‘in de meeste gevallen’. Bestaand experimenteel onderzoek naar de overtuigingskracht van markeerders laat uiteenlopende resultaten zien. Het huidige onderzoek probeert deze bevinding te verklaren door de perceptie van versterkende en afzwakkende markeerders in isolatie en in een reclamecontext te meten. Proefpersonen (N = 230) kenden een mate van waarschijnlijkheid toe aan beide markeerders in isolatie en in een reclamecontext (ingebed in een productclaim). De markeerders lijken hun doel niet te dienen: op een 100-puntsschaal scoren afzwakkers 64 (isolatie) of 57 (reclamecontext) en versterkers 78 (isolatie) of 70 (reclamecontext). Met deze scores voor markeerders is het niet vreemd dat de overtuigingskracht van productclaims niet toeneemt wanneer markeerders worden toegevoegd. In een reclamecontext waren, zoals verwacht, de waarschijnlijkheidsinschattingen significant lager dan in isolatie.

  • Hornikx, J., & Krommenhoek, N. (2016). De perceptie van afzwakkende en versterkende markeerders in isolatie en in reclamecontext. In D. Van de Mieroop, L. Buysse, R. Coesemans, & P. Gillaerts (Red.),  De macht van de taal: Taalbeheersingsonderzoek in Nederland en Vlaanderen (pp. 77-86). Leuven: Acco. [link]

The potential effect of cultural priming on the effectiveness of cultural value adaptation

JCMS_coverIn international advertising, there has been a long-standing debate about standardization versus adaptation. A prominent empirical line of research addressing this issue has revealed that adapting advertisements to important cultural values is beneficial for persuasion and ad liking. Strikingly, this effect is absent for Western Europeans. The present study examines if Western Europeans are sensitive to cultural value adaptation in advertising if individualism-collectivism is primed prior to exposure to the ad. An experiment was conducted in which an ad with an individualist or a collectivist value appeal was presented after exposure to irrelevant primes or to primes consisting of images expressing individualism-collectivism. Results were in line with existing studies: no effect of adaptation was found, even after cultural priming. The results were interpreted through the cultural perspective of dynamic constructivism, according to which the European context may explain why Europeans are as positive about incongruent value appeals as congruent appeals. The experiment adds to the body of research indicating that value adaptation in advertising is not beneficial for marketers in the Western European region.

  • Hornikx, J., & Nijhuis, J. (2016). The potential effect of cultural priming on the effectiveness of cultural value adaptation in advertising. Journal of Cultural Marketing Strategy, 1 (2), 180-188. [link]

Review of “The Sage handbook of persuasion: Developments in theory and practice (2nd edition)”

About ten years after The persuasion handbook: Developments in theory and practice (Dillard & Pfau, 2002), James Dillard and Lijiang Shen publish an updated, new version. In their SAGE Handbook of persuasion, they host a collection of 23 chapters that deal with fundamental issues in persuasion, that present a panorama of important theories and perspectives, and that demonstrate the importance of persuasion in diverse contexts and settings. […] Finally, how does this book relate to other books? For practical advice on how to design messages, Persuasive messages: The process of influence by William Benoit and Pamela Benoit (reviewed in this journal: Hornikx, 2008), nicely complements this handbook. For precise avenues that future research should focus on, Persuasion by Daniel O’Keefe (also reviewed in this journal: Hornikx, 2003) is excellent reading, but it does not outline the important contexts and settings in which persuasion plays a role, such as politics, health, and technology. In the broad spectrum of persuasion books on offer, this SAGE Handbook of persuasion is among the most prominent ones: written by some of the best scholars in the field, it covers a wide range of topics in a concise manner.

  • Hornikx, J. (2013). Review of “The Sage handbook of persuasion: Developments in theory and practice (2nd edition)” by James Dillard and Lijiang Shen. Information Design Journal, 20 (2), 187-189. [link]

De overtuigingskracht van normatief sterke en normatief zwakke anekdotische evidentie

Vanuit normatief oogpunt zou de kwaliteit van evidentie invloed moeten hebben op de overtuigingskracht ervan. In experimenten lijkt normatief sterke evidentie ook overtuigender dan normatief zwakke evidentie, maar wanneer de boodschap langer (Hoeken & Hustinx, 2007) of natuurlijker is (Hoeken & Van Wijk, 1997) blijken ontvangers niet gevoelig voor evidentiekwaliteit. In deze studie is onderzocht of de kwaliteit van anekdotische evidentie wel effect heeft op overtuigingskracht als ook statistische evidentie aanwezig is. Nijmegenaren (N = 125) beoordeelden een brief van de gemeente Nijmegen over afvalverwerking waarin normatief sterke of zwakke anekdotische evidentie stond, die wel of niet was aangevuld met statistische evidentie. Zonder statistische evidentie had de kwaliteit van anekdotische evidentie geen effect op de overtuigingskracht, maar mét statistische evidentie was sterke anekdotische evidentie overtuigender dan zwakke anekdotische evidentie. Deze studie laat daarmee zien dat de kwaliteit van evidentie ook in een natuurlijke, realistische setting de overtuigingskracht ervan kan beïnvloeden.

  • Hornikx, J., & Houët, T. (2009). De overtuigingskracht van normatief sterke en normatief zwakke anekdotische evidentie in het bijzijn van statistische evidentie. In W. Spooren, M. Onrust, & J. Sanders (Eds.), Studies in taalbeheersing, vol. 3 (pp. 125-133). Assen: Van Gorcum. [pdf]

Bespreking van “Advertising research – message, medium and context”

In Advertising research: Message, medium and context hebben Patrick de Pelsmacker en Nathalie Dens de 38 beste bijdragen geselecteerd uit de lezingen op de “International Conference on Research in Advertising” (ICORIA) in 2008 in Antwerpen. Het boek geeft een prachtig overzicht van recente empirische onderzoeken op het gebied van reclame. De bijdragen zijn ingedeeld in drie thema’s: het kan gaan om het effect van inhoudelijke keuzes in advertenties (bijvoorbeeld retorische figuren), om de invloed van het medium (bijvoorbeeld banners op websites) en om de rol van de context (bijvoorbeeld tv-programma’s om reclame heen).

  • Hornikx, J. (2009). Waarom geloven mensen reclame? Bespreking van: De Pelsmacker & Dens (2009). Advertising research – message, medium and context. Tekstblad, 15 (5/6), 52-53. [pdf]

Overtuigende teksten: Onderzoek en ontwerp

Mensen overhalen iets te doen: gezonder eten, een gebleekte spijkerbroek kopen, tien euro overmaken voor een goed doel. En niet door te dreigen met een honkbalknuppel, maar door wat je te zeggen hebt. Hoe komt het dat woorden gedrag kunnen beïnvloeden? Maar ook: waarom mislukt dat vaak? Overtuigende teksten. Onderzoek en ontwerp gaat over het ontwerpen van documenten die gericht zijn op het overtuigen van mensen. Het boek biedt een overzicht van theorieën en empirisch onderzoek naar de invloed van taal, tekst en beeld op het overtuigingsproces. De auteurs koppelen het onderzoek naar de invloed van deze boodschapkenmerken aan verschillende verwerkingsprocessen. Ook besteden zij aandacht aan automatisch gedrag en de rol van cultuurverschillen in het overtuigingsproces. Elk hoofdstuk sluit af met praktische opgaven die gericht zijn op het ontwerpen van overtuigende teksten.

  • Hoeken, H., Hornikx, J., & Hustinx, L. (2009). Overtuigende teksten: Onderzoek en ontwerp. Bussum: Coutinho. [buy]

Versterkende, afzwakkende en numerieke markeringen in claims

Claims over cosmeticaproducten bevatten regelmatig versterkende markeringen (‘absoluut een zachtere huid’), afzwakkende markeringen (‘vaak een zachtere huid’) of numerieke markeringen (‘75% zachtere huid’). Berney-Reddish en Areni (2006) lieten zien dat versterkende en afzwakkende markeringen claims met name minder overtuigend maken voor vrouwen. In een experiment werden deze markeringen vergeleken met numerieke markeringen in claims voor cosmeticaproducten. Numerieke markeringen bleken voor de vrouwelijke proefpersonen het meest overtuigend, terwijl versterkende en afzwakkende markeringen claims niet overtuigender, maar ook niet minder overtuigend maakten.

  • Hornikx, J., Pieper, M., & Schellens, P. J. (2008). Versterkende, afzwakkende en numerieke markeringen in claims over cosmetica-producten: maken ze claims overtuigender? Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 36 (1), 3-14. [pdf]

Review of “Persuasive messages: The process of influence”

We encounter persuasive messages everywhere at every moment of the day: in the newspaper in the morning, on television during lunch, at a business meeting in the afternoon, or around the dinner table with our families. Not only are we targets of other people’s attempts to persuade us, we also try to persuade other people. Being familiar with persuasion, however, does not make us experts in the art of persuasion already. There is much to learn about the process of influence, about the messages that are most likely to be effective, and about the factors that we should pay attention to. Persuasive messages: The process of influence introduces its readers to these matters. The authors of this textbook, William and Pamela Benoit, call it “a guide to successful persuasion” (xii). The authors want to offer their readers practical advice on designing persuasive messages. They have succeeded in their mission, in particular because their advice is firmly grounded in classic and current theories, and in empirical research findings.

  • Hornikx, J. (2008). Review of “Persuasive messages: The process of influence” by William Benoit and Pamela Benoit. Information Design Journal, 16 (2), 159-161. [pdf]