Hoe goed zijn taalgebruikers in het selecteren van overtuigende evidentie?

Argumentatietheoretici hebben normatieve, kritische vragen geformuleerd om argumentkwaliteit te beoordelen. Deze vragen kunnen worden vertaald naar criteria voor hoge argumentkwaliteit. In recente onderzoeken is deze normatieve benadering van argumentkwaliteit (wat zou overtuigend moeten zijn?) vergeleken met descriptieve benaderingen (wat is overtuigend?). In dit artikel is deze vergelijking gemaakt voor gewone taalgebruikers. Argumentkwaliteit is daarbij onderzocht door te kijken naar soorten evidentie. De centrale vraag is dan: hoe goed zijn taalgebruikers in het selecteren van overtuigende evidentie? Deze vraag is beantwoord door de resultaten van Hornikx en Hoeken (2005) over de daadwerkelijke overtuigingskracht van evidentietypen af te zetten tegen een experiment waarin de verwachte overtuigingskracht van dezelfde evidentietypen voor dezelfde soort standpunten is gemeten. Proefpersonen maakten rangschikkingen van evidentietypen op basis van de verwachte overtuigingskracht om een ander van een aantal standpunten te overtuigen. Proefpersonen bleken behoorlijk goed in het selecteren van overtuigende evidentietypen: de evidentie waarvan ze verwachten dat deze (niet) overtuigend is, was meestal ook daadwerkelijk (niet) overtuigend.

  • Hornikx, J. (2007). Hoe goed zijn taalgebruikers in het selecteren van overtuigende evidentie? Tijdschrift voor Taalbeheersing, 29 (3), 224-236. [pdf]

Welke associaties roepen vreemde talen in reclame op?

Diverse onderzoeken hebben laten zien dat vreemde talen veel gebruikt worden in reclame in verschillende delen van de wereld, van de Verenigde Staten (Petrof, 1990), Europa (Piller, 2003), Zuid-Amerika (Ovesdotter Alm, 2003) tot Azië (Haarmann, 1989). Een vreemde taal wordt daarbij gedefinieerd als een taal die niet de officiële taal van een land is, zoals Engels of Frans in Nederland. Engels blijkt de meest gebruikte vreemde taal in reclame over de gehele wereld te zijn (Bhatia, 1992; Piller, 2003). Cheshire en Moser (1994) hebben bijvoorbeeld berekend dat 31% van de gedrukte advertenties in Zwitserland Engels bevat. Niet alleen Engels wordt gebruikt, maar ook andere talen, zij het in mindere mate. Uit de studie van Piller (2000) naar vreemde talen in Duitse televisiereclame bleek dat in 70% van de commercials naast Duits een andere taal voorkwam. Van die commercials bevatte 70% Engels en Duits, terwijl slechts 8% Frans en Duits bevatte en 6% Italiaans en Duits. In de volgende paragraaf bespreken we redenen voor het gebruik van vreemde talen in reclame. Een van de redenen is dat vreemde talen bepaalde associaties oproepen, namelijk symbolische betekenissen. In het empirische gedeelte van deze studie gaan we na welke associaties advertenties met verschillende vreemde talen precies oproepen bij Nederlandse respondenten.

  • Hornikx, J., Meurs, F. van, & Starren, M. (2005). Welke associaties roepen vreemde talen in reclame op? Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 74 (2), 71-80. [pdf]

Is expertevidentie overtuigender in Frankrijk dan in Nederland?

Persuasieve teksten waarin evidentie wordt aangedragen om standpunten te ondersteunen zijn effectiever dan teksten zonder evidentie. Tekstschrijvers hebben onder andere anekdotische, statistische, causale en expertevidentie tot hun beschikking. Een aantal experimenten heeft de relatieve overtuigingskracht van deze evidentietypen onderzocht. De mogelijke rol van de culturele achtergrond van de tekstlezer is echter genegeerd. In Hornikx (2003) bleek er een cultuurverschil in het vóórkomen van expertevidentie in overtuigende voorlichtingsbrochures. Expertevidentie werd vaker in Frankrijk dan in Nederland gebruikt. De vraag is of expertevidentie ook overtuigender is in Frankrijk. Dit is in een experiment onderzocht door Franse en Nederlandse proefpersonen (N = 600) een serie descriptieve standpunten met verschillende evidentietypen te laten beoordeelden. Voor de Fransen bleek expertevidentie samen met statistische evidentie het meest overtuigend, terwijl expertevidentie voor de Nederlanders slechts een middenpositie innam tussen de minst overtuigende anekdotische en de meest overtuigende statistische evidentie.

  • Hornikx, J., & Hoeken, H. (2005). Is expertevidentie overtuigender in Frankrijk dan in Nederland? Tijdschrift voor Taalbeheersing, 27 (1), 42-57. [pdf]

A review of experimental research on the relative persuasiveness

Persuasive texts in which evidence is employed to support claims are more effective than texts without evidence. Text writers may use different types of evidence, such as anecdotal, statistical, causal, and expert evidence. Over the years, a number of experimental studies have investigated the persuasive effectiveness of these evidence types. In these experiments, various definitions and operationalisations of evidence and evidence types have been used. As a consequence, there is no clear picture of which type of evidence is the most persuasive. This review analyses fourteen experiments on the relative persuasiveness of evidence types. Results show that statistical and causal evidence are more persuasive than anecdotal evidence.

  • Hornikx, J. (2005). A review of experimental research on the relative persuasiveness of anecdotal, statistical, causal, and expert evidence. Studies in Communication Sciences, 5 (1) , 205-216. [pdf]

De voorkeur voor expertevidentie in Nederland en Frankrijk

Als er argumentatie wordt gebruikt in overtuigende teksten, dan bestaat die meestal uit het aandragen van gevolgen van de keuze voor een object of gedrag. Zo kan een navigatiesysteem voor in de auto aanbevolen worden door aan te geven dat de bestuurder altijd de weg zult vinden. De overtuigingskracht van een dergelijke tekst zal toenemen naarmate het waarschijnlijker is dat het gedrag ook echt tot het genoemde gevolg zal leiden, in dit geval, dat zo’n systeem ook daadwerkelijk tot gevolg heeft dat de bestuurder zijn weg zal vinden. Die waarschijnlijkheid neemt toe, als er evidentie wordt aangedragen zoals ‘84% van de gebruikers van dit systeem vindt altijd de weg’. In Hornikx (2003) bleek expertevidentie, waarbij een expert onderstreept dat het gevolg daadwerkelijk optreedt, vaker voor te komen in overtuigende voorlichtingsbrochures in Frankrijk dan in Nederland. Nu zijn tekstschrijvers professionals die getraind en geoefend zijn om teksten zo overtuigend mogelijk te maken. De voorkeur die zij hebben, hoeft niet gedeeld te worden door gewone taalgebruikers. Om de voorkeur van niet-professionele taalgebruikers te onderzoeken is een experiment opgezet, waarin Nederlandse en Franse studenten een rangschikking aangaven van de meest tot de minst geschikte evidentie om iemand anders te overtuigen.

  • Hornikx, J. (2005). De voorkeur voor expertevidentie in Nederland en Frankrijk.Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 73 (1), 9-18. [pdf]

Frans in Nederlandse advertenties

Het gebruik van vreemde talen in Nederlandse overtuigende teksten is gemeengoed geworden. Gerritsen (1996) analyseerde bijvoorbeeld het gebruik van Engels in Nederlandse reclameadvertenties. Van de 648 advertenties waren er 137 gedeeltelijk en 25 zelfs volledig in het Engels. Deze situatie is niet alleen kenmerkend voor Nederland. Zo blijkt 70% van de televisiecommercials in Duitsland een andere taal te bevatten dan het Duits (Piller, 2001). Voor het overgrote deel gaat het dan om de Engelse taal. Naast het veelvuldige Engels – denk aan ‘The future’s bright, the future’s Orange’, ‘Fresh thinking, better cars’ of ‘Mentos the freshmaker’ – komen er ook andere talen voor, zij het in mindere mate. Je moet dan ook goed opletten, wil je Duits (‘Vorsprung durch Technik’), Spaans (‘Auto emoción’), Italiaans (‘Alfa 147 edizione esclusiva’) of Frans (‘Je t’aime’) voorbij zien komen in Nederlandse reclameadvertenties. In dit artikel wordt eerst ingegaan op de vraag wat de waarde is van het gebruik van een vreemde taal in reclame. In het tweede gedeelte wordt verslag gedaan van een experiment naar het begrip en de waardering van Franse slagzinnen in Nederlandse autoadvertenties.

  • Hornikx, J., Starren, M., & Heur, B. van (2004). Frans in Nederlandse advertenties: drager van symbolische en letterlijke betekenis. Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 71 (1), 61-68. [pdf]

Publicités en France et aux Pays-Bas

The globalisation of economy forces multinational companies to standardise their advertisement campaigns to reduce costs. Some studies showed that the effectiveness of identical advertisements varies from country to country. The present experimental study investigates whether the appeal to values which are dominant in France and in the Netherlands in an advertisement enhances its force of persuasion towards the respective national audiences. Two versions of a message advertising a watch were created: one appeals to a low uncertainty avoidance culture and the other to a high uncertainty avoidance culture (Hofstede 1991). The respondents indicated their attitudes towards the watch and the advertisement, their purchase intention, as well as the importance that they attribute to certain values and their perception of the advertisement message. The rejection of the hypothesis can be explained either by the remarkable scores of the respondents on the lists of values, or by the perception of the advertisement message by the French respondents.

  • Hornikx, J., & Starren, M. (2004). Publicités en France et aux Pays-Bas: peut-on standardiser ou faut-il adapter? Studies in Communication Sciences, 4 (1), 219-233. [pdf]

Vertrouwen in nieuwe producten

Ondanks een toenemende belangstelling voor vertrouwen in een bedrijfskundige context, is er weinig onderzoek naar vertrouwen bij reclame gedaan. Vertrouwen wekken speelt in reclame de grootste rol bij nieuwe producten van nieuwe merken. Een experiment toont aan dat vertrouwen in een nieuw product van een nieuw merk vooral is gerelateerd aan vertrouwen in het merk en de koopintentie alleen aan het vertrouwen in het product. Nadruk op product of merk in reclame beïnvloedt noch het vertrouwen noch de koopintentie.

  • Hornikx, J. (2002). Vertrouwen in nieuwe producten van nieuwe merken in reclame. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 30 (3), 249-261. [pdf]