De overtuigingskracht van normatief sterke en normatief zwakke expertevidentie

Hornikx en Hoeken (2005) lieten zien dat normatief sterke expertevidentie als ondersteuning voor standpunten in Frankrijk relatief overtuigender was dan in Nederland. Vanwege de grotere machtsafstand in de Franse cultuur (Hofstede, 2001) zouden experts met een expertisegebied dat irrelevant is voor het standpunt dat ze verdedigen (normatief zwak) voor Fransen overtuigender kunnen zijn dan voor Nederlanders. Studie 1 kon dit niet bevestigen, maar liet wel een cultuurverschil in de relatieve overtuigingskracht van normatief sterke en zwakke expertevidentie zien. Beide experts waren even overtuigend voor de Fransen, die maar een klein verschil zagen in de deskundigheid van beide experts. Om te bekijken of dit kleine verschil te verklaren is door de status van de experts (hoogleraren) werd in Studie 2 de ingeschatte deskundigheid onderzocht van hoogleraren en onderzoekers met een (ir)relevant expertisegebied. De bevindingen van Studie 1 werden gerepliceerd. Fransen dichten experts ā€“ of het nu hoogleraren of onderzoekers zijn ā€“ een bredere kennis over verschillende onderwerpen toe.

  • Hornikx, J. (2006). De overtuigingskracht van normatief sterke en normatief zwakke expertevidentie in Nederland en Frankrijk. In H. Hoeken, B. Hendriks, & P.J. Schellens (Eds.), Studies in Taalbeheersing, volume 2 (pp. 120-131). Assen: Van Gorcum. [pdf]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *